Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout? BRON Stichting HoutrookVrij

Dit keer vroegen wij om verheldering aan Ruud Lardinois als voorzitter van Stichting Kritisch Bosbeheer. Eén van de belangrijkste verkoopargumenten in de houtkachelbranche is dat hout verbranden “duurzaam” zou zijn, omdat je immers een vernieuwbare voorraad gebruikt. Ook de overheid schermt vaak met deze term. Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout?

Leuk onderwerp. Als we het samenvatten dan spreken we in dit verband tegenwoordig over ‘biomassa’. In de ecologie verstaan we daar overigens wat anders onder, ik kom er verderop kort op terug. Begrippen als ‘biomassa’ en ‘duurzaam’ worden heden vaak aangewend in functie van energiewinning. Kernpunten zijn dan het veronderstelde uitgangspunt van relatieve vrije beschikbaarheid van brandbare gewassen en het daarmee tegelijkertijd vermijden van CO2-uitstoot. Met het verbranden van biomassa komt weliswaar CO2 vrij, maar die wordt weer vastgelegd als het verbrande materiaal, een boom of struik, weer aangroeit. En dat is nu juist de vraag. Want de houtstoker aanvaardt aldus ten minste een soort hypotheek op zijn onderneming en lost die pas daadwerkelijk in zodra de boom of struik die hij eerst kapte en verbrandde weer de oorspronkelijke omvang heeft aangenomen. Deze hypotheek wordt echter zelden of nooit in een akte vastgelegd… We moeten maar zien of zijn (plaatsvervangende) belofte in de toekomst wordt ingelost. Op dit proces berust desondanks waarschijnlijk het begrip ‘duurzaam’ zoals de overheid en verschillende organisaties het verbranden van biomassa in termen van ‘hernieuwbaar’ propageren.
Hoe duurzaam is duurzaam?
Het woord ‘duurzaam’ bevat een tijdseenheid, zij het een ongedefinieerde. Is het ‘duurzame’ proces van het verbranden van hout oneindig te herhalen? Die suggestie wordt gewekt. Wij denken dat dat niet vanzelfsprekend zo is. Voor alle houtige en niet-houtige gewassen is het metabolisme er op gericht om uit zonlicht en CO2, als belangrijkste basale assimilatieprocessen, te groeien. Beide componenten zijn altijd beschikbaar en inderdaad oneindig te gebruiken omdat ze mobiel zijn en overal en altijd in voldoende mate beschikbaar zijn. Maar alle organismen hebben daarnaast ook andere onmisbare bouwstoffen nodig om te groeien en te leven. Het hangt af van de soortgroep en van de soorten daarbinnen om welke stoffen en noodzakelijke hoeveelheden het werkelijk gaat. Het ene organisme stelt andere eisen dan het andere. Eén van de belangrijkste componenten daaruit is wel kalk (calcium). Calcium en andere noodzakelijke mineralen om te groeien zijn alleen in de bodem beschikbaar en voor het gewas ook alleen via het wortelgestel opneembaar. Zij worden door schimmels en bacteriën in symbiose met het gewas aan de boomwortels in opneembare vorm beschikbaar gesteld. In ruil daarvoor ontvangen zij koolhydraten de boom of struik. Zonder schimmels en bacteriën gaat onze natuurlijke wereld dood. Er zijn doorgaans geen natuurlijke processen gekend waaruit mineralen uit externe bronnen substantieel zouden kunnen worden aangevuld. Met andere woorden: eenmaal weg betekent hier altijd weg. In ons land zijn alleen overstromende rivieren in estuaria en uiterwaarden in staat om lokaal van elders aangevoerde mineralen toe te voegen. Dat gaat echter om betrekkelijke kleine hoeveelheden en bovendien hebben wij Nederlanders een hekel aan overstromende rivieren.

Als deze stoffen uit hier geoogst hout elders door verbranding worden vrijgezet dan gaan de mineralen op de oogstplek verloren. Overblijvende organismen zullen het met minder moeten doen. Afhankelijk van de plek (bodemtype en vitaliteit daarvan) zal al na enkele malen oogsten een groeivertraging en verminderde vitaliteit bij de gewassen en dus ook bij de dierensoorten die daarvan leven gaan optreden. Meer op arme gronden, zoals venige en zanderige bodems, langzamer op lemige en kleibodems. Maar het proces van oogsten en elders verbranden leidt altijd tot een afname van mineralen die in onze ecosystemen van nature nooit ‘weglekken’. Ook bij een bosbrand bijvoorbeeld blijven de mineralen in het systeem achter en blijven derhalve oneindig beschikbaar voor volgende organismen. In dit stadium van mijn betoog is zelfs een bosbrand duurzamer dan een houtgestookte kachel. Dit is dan ook de belangrijkste reden dat wij fundamenteel bezwaar hebben tegen het verbranden van biomassa afkomstig uit natuurgebieden. Bij elke afvoer gaat de natuur onomkeerbaar een beetje verder stuk. Dat is bepaald niet-duurzaam.

Wat is uw mening over het verbranden van hout in houtkachels?
Verreweg de meest kachels die in ons land in omloop zijn deugen niet. De verbranding daarin is slecht doordat er veel en sterk vervuilende koolwaterstoffen onverbrand in de atmosfeer terecht komen, terwijl het bovendien enorme fijnstofhaarden zijn. De meeste metalen kachels zetten ook zelden een hogere calorische waarde uit het hout in bruikbare warmte om dan een beschamende 20%. De cijfers van fabrikanten zijn in de meeste gevallen ronduit misleidend. Dergelijke kachels zouden onmiddellijk verboden moeten worden. In Duitsland bijvoorbeeld zijn ze niet meer toegestaan, of dienen ten minste van speciale filters voorzien te zijn. De eisen daar zijn strenger en worden verplicht elke jaar door metingen gecontroleerd. Men onderkent aldaar de soms ernstige nadelige effecten voor het milieu en gezondheid. Het verbranden van hout in open haarden is ronduit verschrikkelijk. We maken er geen woord aan vuil. Verbieden. 

Er zijn echter wel degelijk goede kachels. Enkele typen tegelkachels, die helaas erg kostbaar zijn, want meestal in handwerk vervaardigd, halen zeer acceptabele waarden in goede verbranding, rendement en fijnstofuitstoot. Een fatsoenlijke tegelkachel kan zelfs licht beter op deze onderdelen presteren dan aardgastoestellen. Uiteraard ervan uitgaande dat het te stoken hout droog is. Dat kost onder goede omstandigheden en bij lichtere houtsoorten zeker drie jaar, bij hardere houtsoorten is vijf jaar drogen wenselijk. Veel houtstokers en houtkachelverkopers denken daar helaas veel te gemakkelijk over. Er zijn recent in Duitsland enkele metalen typen kachels ontwikkeld met speciale (na)verbrandingsmechanismen. Soms met ongewone vuurbeelden, waarbij naast het gewone vuurbeeld een omgekeerde naar beneden gerichte vlam zichtbaar is. Een beetje komisch gezicht, maar het werkt uitstekend. Zo’n kachel is duurder maar aanzienlijk beter in vermeden ongewenste uitlaatgassen en te behalen rendement.

Samengevat
Over het algemeen, uitgaande van de vigerende praktijk, achten wij het verstoken van hout (biomassa) weinig of niet duurzaam. We neigen er naar om dat oordeel ook te hebben ten aanzien van zogenaamde bijstook van biomassa in energiecentrales. Er zijn daarvan vele uiteenlopende typen in gebruik die je niet kunt generaliseren. Wél op het punt van de herkomst van de ‘biomassa’. Die mag wat ons betreft nooit afkomstig zijn uit natuurgebieden om redenen die ik eerder al schetste. Het is onmogelijk om organisch materiaal uit natuurgebieden te verstoken zonder dat die natuurgebieden verarmen. In ecologische context kun je die lijn nog voortzetten met de vaststelling dat hout uiteindelijk ook in de natuur zal vervallen in mineralen en CO2. Bij die vervalprocessen zijn echter grote hoeveelheden organismen als schimmels, bacteriën, houtetende insecten, enzovoort betrokken. Met een eventuele oogst van het hout blijven deze organismen brodeloos in dat natuurgebied achter. En wie in de natuur niets te eten heeft gaat dood. Ook daarom is het begrip duurzaam in de besproken context niet zomaar op natuurgebieden toe te passen en vaak zelfs misleidend.

Welke rol voorziet u voor de overheid?

De overheid behoort een regisserende rol te spelen waar ook andere belangen dan een gunstigere CO2-boekhouding alleen worden meegewogen. Bomen zijn géén CO2-automaten. Die versimpeling is misleidend. Wat ons betreft kan ze maatregelen die op dit vlak nu in Duitsland gelden als inspirerend voorbeeld ter harte nemen. Vooral de laatste jaren komen er steeds betere gegevens beschikbaar over de schadelijke effecten van fijnstof, onverbrande koolwaterstoffen, ecologische ontwrichting, et cetera, die aanleiding geven voor de noodzaak op het bijsturen van wetgevend beleid. Helaas is Nederland op het gebied van ‘duurzaam’ op Malta na het slechtste jongetje van de klas. Daar ligt dan ook wat ons betreft de sleutel voor verandering. Onze zorg voor een fatsoenlijk natuurlijk milieu kan prima samengaan met optimisme. Dat kan niet zonder de overheid. Als zij het verbranden van vogelgriepkippen, Q-koortsgeiten en per schip aangevoerde houtsnippers uit Canadese oerbossen als duurzaam bestempeld, want daar bestaat voor een groot deel ons schamel aandeel van 4% ‘duurzaam’ uit, zal er nog veel onnodig vervuilde uitlaatgassen uit schoorstenen opstijgen.
SKB

Tegelkachel uit midden 16de eeuw.

SKB-20141017-47448 zwart

Het is bijna niet tegeloven dat deze historische tegelkachel qua rendement en comfort de huidige gebruikelijke metalen houtkachels flink overtreffen. Let niet op de vormgeving: men kan zo’n kachel elk gewenst uiterlijk meegeven. Als het moet in de vorm van Mickey Mouse…

Moderne tegenstroomtegenkachels gaan een stap verder. Goede tegelkachels bouwen blijft handwerk en is daarom relatief kostbaar. Een uurtje brand zo’n ding en de kamer is de hele dag warm. Steeds meer komen ook betaalbare metalen kachels beschikbaar die alle gerechtvaardigde milieu-eisen inwilligen. Duitsland is hier maatgevend, al zijn er ook andere landen die volgen. Nederland is helaas hekkensluiter.

 

Heeft u zelf een vraag?
Wij willen iedere keer een onderwerp uitlichten dat te maken heeft met het houtrookprobleem. Dit om uw kennis te vergroten zodat u uw standpunt beter kunt beargumenteren. Hebt u zelf een vraag over houtrook? U kunt uw e-mail sturen naar: info@houtrookvrij.nl

Reacties zijn uitgeschakeld.