Er komt geen algemeen verbod op het stoken van hout in kachels thuis. Gemeenten moeten de overlast komend stookseizoen onder omstandigheden wel aan banden kunnen leggen. ‘Overlast door houtrook betreft in de eerste plaats een lokale problematiek,’ schrijft staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer.

Lokale verboden zouden in feite al mogelijk zijn. Maar de praktijk is weerbarstig, legt Van Veldhoven in haar brief uit. ‘In veel gemeentelijke APV’s is weliswaar opgenomen dat men geen overlast mag veroorzaken met bijvoorbeeld vuurkorven, maar het blijkt in de praktijk voor hen lastig om het begrip “hinder” zodanig te onderbouwen dat het kan leiden tot een verbod voor de overlastgever om nog langer te stoken.’

Protocol om op te treden

De staatssecretaris werkt aan een ‘protocol’ om het komende stookseizoen wél lokaal het vuur verplicht te doven. Dat vraagt om een manier waarop ‘voor de gezondheid schadelijke componenten eenvoudig gemeten kunnen worden’, gerelateerd aan de houtrook uit de schoorsteen. Onderzoeksinstituut TNO werkt daar nu aan. Van Veldhoven volgt hiermee een aanbeveling op van het Platform Houtrook en Gezondheid, waarin onder meer haar eigen ministerie en diverse gemeenten vertegenwoordigd zijn.

Niet voldoende bewust

Naast de mogelijkheid van lokale verboden wil de bewindsvrouw de komst van schonere kachels bespoedigen. Voorlichting is de derde pijler van haar houtrookbeleid. ‘Niet iedereen is zich er voldoende van bewust dat het gezellige haardvuur of de kachel leidt tot de uitstoot van schadelijke stoffen en dus tot een impact op de gezondheid: niet alleen voor de bezitter van de kachel zelf, maar ook voor de omgeving.’

Verhitte gemoederen

Houtrook blijkt in de praktijk een polariserend onderwerp. ‘Houtrook en houtstook blijven de gemoederen van veel mensen bezighouden,’ schrijft Van Veldhoven. ‘Ongeveer een op de vijf huishoudens heeft een open haard of een kachel en de eigenaren associëren houtstook met gezelligheid. Tegelijkertijd geeft ongeveer de helft van de mensen aan weleens last te hebben van houtrook van kachels of vuurkorven.’