Auteur archief: frank

Op jaarbasis zouden miljoenen mensen mede doordat ze vervuilde lucht inademen, diabetes krijgen.

Op jaarbasis zouden miljoenen mensen mede doordat ze vervuilde lucht inademen, diabetes krijgen.

BRON

En daarvoor hoeven ze nog niet eens extreem vervuilde lucht in te ademen; ook vervuilde lucht die volgens de huidige normen ‘veilig’ is, draagt bij aan het ontwikkelen van diabetes. Dat schrijven onderzoekers in het blad The Lancet Planetary Health.

Impact
Het aantal mensen met diabetes neemt de laatste jaren sterk toe. Naar schatting lijden wereldwijd 420 miljoen mensen aan de ziekte. Belangrijke drijvende krachten achter de ‘diabetes-epidemie’ zijn: een ongezond dieet, overgewicht en een sedentaire levensstijl. Maar al een tijdje nemen onderzoekers aan dat ook luchtvervuiling een duit in het zakje doet. In het nieuwe paper doen onderzoekers voor het eerst uitspraken over hoe groot de impact van luchtvervuiling nu werkelijk is.

In stooktijd blijven de ramen dicht

In stooktijd blijven de ramen dicht

In stooktijd blijven de ramen dicht

Luchtverontreiniging Gemeenten praten deze week over overlast en schade door houtstook. Op bezoek bij een bezorgde wetenschapper en een verkoper van haardhout.

Dieter Pientka meet vanuit zijn tuin in het Zeeuwse ’s-Gravenpolder de luchtkwaliteit. Houtrook verslechtert die.Foto’s Daniël Niessen 

Dieter Pientka heeft onlangs een nieuwe brievenbus opgehangen. De vorige, een klep bij de voordeur, is dichtgeplakt met dikke stroken plakband. Het was noodzaak. „Verderop zit een aantal zware stokers. Als de wind uit het noordoosten waait, duwt die de vuile lucht zo mijn huis binnen.”

Zijn huis staat in een rustige woonwijk aan de rand van ’s-Gravenpolder, een Zeeuws dorp met een kleine 4.600 inwoners. De laatste jaren zijn steeds meer mensen in de buurt op hout gaan stoken, vertelt de 51-jarige Pientka. In een straal van 150 meter rond zijn woning zijn het er nu ongeveer vijftien, schat hij. Van wie de helft toch zeker dagelijks stookt.

Pientka noemt zichzelf citizen scientist. Hij studeerde organische chemie en raakte vanuit zijn vakgebied geïnteresseerd in luchtkwaliteit. Eerst had hij een weerstationnetje in zijn achtertuin, een jaar of drie geleden plaatste hij ook fijnstofsensoren. Want mensen konden wel beweren dat de lucht in Zeeland zo schoon is, Pientka wilde dat toch zien.

De apparatuur kostte alles bij elkaar zo’n 1.000 euro – een schijntje vergeleken met de spullen die ze bij professionele instituten gebruiken. Pientka’s sensor is uitgerust met een laser. Hij zit in een zwart koffertje en is gekoppeld aan een minicomputer die de metingen in data omzet en via een LAN-kabel naar een webserver stuurt. Pientka slaat alles op in een database: „Denk aan een groot Excelbestand.” Via een speciaal portaal voor burgerwetenschappers deelt hij zijn ‘open data’ met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Opvallende metingen zet hij op Twitter.

Laatst met de paasvuren is hij zich bijvoorbeeld een hoedje geschrokken. Pientka klapt zijn laptop open en pakt de grafiek van zondag 1 en maandag 2 april erbij, met metingen uit zijn eigen woonplaats, Apeldoorn, Purmerend en Zutphen. „Het begint in Duitsland, je ziet pieken in Apeldoorn en Zutphen, en even later in ’s-Gravenpolder. De volgende dag komen de Nederlandse vuren en gaat het helemaal los.”

In Apeldoorn, zo toont de grafiek, bereikt de concentratie PM2.5 – het fijnere soort fijnstof – aan het eind van de ochtend een waarde van 180 microgram per kubieke meter. „Echt sky high”, zegt Pientka. „De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert een dagnorm van 25 microgram per kubieke meter. Tijdens de paasvuren zaten we daar twee dagen non-stop boven. Deze lucht is echt héél ongezond geweest.”

Zijn leven wordt „een beetje beheerst” door houtrook, zegt Pientka. Wil hij zijn huis luchten, dan gaat hij eerst naar buiten om te ruiken, checkt hij de windrichting en zijn sensoren. Als de wind uit het zuidwesten komt, valt het mee. Maar in het stookseizoen – „ongeveer van eind september tot begin mei” – kunnen de ramen vaak pas na 23.00 uur open. Op slechte dagen, als het windstil of mistig is, blijven de mechanische ventilatieroosters dicht. Soms draagt hij een mondkapje.

Pientka is niet de enige die zich zorgen maakt over de luchtkwaliteit in Nederland. Milieu- en gezondheidsorganisaties waarschuwen al jaren voor de toenemende overlast en schade door houtstook, het onderwerp stond in vrijwel iedere gemeenteraad wel eens op de agenda. Donderdag vergadert de milieucommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over het probleem. Aanleiding is een briefdie het Platform Houtrook en Gezondheid in maart aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) stuurde, waarin gepleit wordt voor ontmoedigingsbeleid.

Het Platform – 23 partijen waaronder enkele gemeenten, GGD’s, het RIVM en het Longfonds – noemt in z’n brief vijftien mogelijke oplossingen. Bijvoorbeeld het instellen van een stookalarm bij windstil weer en een bijbehorend verbod voor dichtbevolkte gebieden. Dat laatste is lastig te realiseren, zo bleek in 2014 toen wethouders van de vier grote steden bij de overheid aandrongen op maatregelen. De overlast en uitstoot van fijnstof kan zó lokaal zijn dat die niet goed te meten en dus te handhaven is. Daarvoor is een uitgebreid – en duur – meetmodel nodig, en dat is er nog niet. En dan is er nog het draagvlak: lang niet iedereen ziet de noodzaak van een verbod in.

Hans Timmerman (59) uit Goes zou de gevolgen van zo’n verbod zeker merken. Als begeleider bij stadsboerderij Kom Us Kieke, een werkplek voor mensen met een verstandelijke beperking, is hij vrijwel dagelijks met hout bezig. „Het verwerken en verkopen van hout is een van onze belangrijkste activiteiten”, zegt Timmerman. Hij heeft zijn zaagmachine net uitgezet, zaagsel plakt aan zijn paarse fleecevest.

Aan de voorkant van de stadsboerderij, langs de weg, staat een groot bord met daarop „Te koop: haardhout”. Aan de achterkant liggen op het erf boomstronken en -stammen. De boerderij krijgt die van de gemeente, na een storm bijvoorbeeld, of koopt hout bij telers uit de buurt. Er is net een partij fruitstammetjes binnengekomen, zegt Timmerman. „Daar is veel vraag naar, het brandt mooi.” Het haardhout wordt verkocht in vierkante bakken waar een vaste kuub in past. Zo’n bak met fruitbomenhout kost 55 euro. „Mensen betalen het er graag voor.”

Lijm en verfresten

Als hij zelf stookt, houdt hij altijd rekening met de weersomstandigheden. En hij heeft een goede houtkachel: „Wat ik wegbreng aan as, stelt haast niets voor.” Stoken is volgens Timmerman vooral een kwestie van gezond verstand. Het moet kunnen, maar je moet wel weten waar je mee bezig bent. Hij zag mensen eens oude kozijnen verbranden. „Die hadden geen idee. Dan verbrand je lijm en verfresten. Puur vergif.” Meer voorlichting vindt hij een goed idee, een verbod overdreven. „Als een boom omvalt in het bos en hij gaat rotten, komt er net zoveel uitstoot vrij.”

Een paar kilometer verderop in ’s-Gravenpolder pleit Dieter Pientka hartstochtelijk vóór een stookverbod. De huidige regelgeving beschermt de stoker, dat is volgens hem de omgekeerde wereld. „Burgers hebben recht op schone en gezonde lucht in en rond hun woning. Ik vind dat we van de overheid mogen verwachten dat zij dit recht waarborgt.”

Zolang er geen regels zijn, zal hij stokers blijven aanspreken op overlast. Het is een gevoelig onderwerp, weet Pientka, vandaar dat hij ook vaak namens zijn buren spreekt en zich inzet als vrijwilliger voor Stichting Houtrookvrij en het Platform Houtrook en Gezondheid. „Het is lastig om te zeggen: ik heb last van jou. Zodra je begint over iemands houtkachel, merk je dat het een behoorlijk emotioneel gesprek kan worden. Het is dan toch alsof je diegene een beetje op zijn ziel trapt.”

In stooktijd blijven de ramen dicht

In stooktijd blijven de ramen dicht

Luchtverontreiniging Gemeenten praten deze week over overlast en schade door houtstook. Op bezoek bij een bezorgde wetenschapper en een verkoper van haardhout.

Dieter Pientka heeft onlangs een nieuwe brievenbus opgehangen. De vorige, een klep bij de voordeur, is dichtgeplakt met dikke stroken plakband. Het was noodzaak. „Verderop zit een aantal zware stokers. Als de wind uit het noordoosten waait, duwt die de vuile lucht zo mijn huis binnen.”

Zijn huis staat in een rustige woonwijk aan de rand van ’s-Gravenpolder, een Zeeuws dorp met een kleine 4.600 inwoners. De laatste jaren zijn steeds meer mensen in de buurt op hout gaan stoken, vertelt de 51-jarige Pientka. In een straal van 150 meter rond zijn woning zijn het er nu ongeveer vijftien, schat hij. Van wie de helft toch zeker dagelijks stookt.

Pientka noemt zichzelf citizen scientist. Hij studeerde organische chemie en raakte vanuit zijn vakgebied geïnteresseerd in luchtkwaliteit. Eerst had hij een weerstationnetje in zijn achtertuin, een jaar of drie geleden plaatste hij ook fijnstofsensoren. Want mensen konden wel beweren dat de lucht in Zeeland zo schoon is, Pientka wilde dat toch zien.

De apparatuur kostte alles bij elkaar zo’n 1.000 euro – een schijntje vergeleken met de spullen die ze bij professionele instituten gebruiken. Pientka’s sensor is uitgerust met een laser. Hij zit in een zwart koffertje en is gekoppeld aan een minicomputer die de metingen in data omzet en via een LAN-kabel naar een webserver stuurt. Pientka slaat alles op in een database: „Denk aan een groot Excelbestand.” Via een speciaal portaal voor burgerwetenschappers deelt hij zijn ‘open data’ met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Opvallende metingen zet hij op Twitter.

Laatst met de paasvuren is hij zich bijvoorbeeld een hoedje geschrokken. Pientka klapt zijn laptop open en pakt de grafiek van zondag 1 en maandag 2 april erbij, met metingen uit zijn eigen woonplaats, Apeldoorn, Purmerend en Zutphen. „Het begint in Duitsland, je ziet pieken in Apeldoorn en Zutphen, en even later in ’s-Gravenpolder. De volgende dag komen de Nederlandse vuren en gaat het helemaal los.”

In Apeldoorn, zo toont de grafiek, bereikt de concentratie PM2.5 – het fijnere soort fijnstof – aan het eind van de ochtend een waarde van 180 microgram per kubieke meter. „Echt sky high”, zegt Pientka. „De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert een dagnorm van 25 microgram per kubieke meter. Tijdens de paasvuren zaten we daar twee dagen non-stop boven. Deze lucht is echt héél ongezond geweest.”

Mondkapje
Zijn leven wordt „een beetje beheerst” door houtrook, zegt Pientka. Wil hij zijn huis luchten, dan gaat hij eerst naar buiten om te ruiken, checkt hij de windrichting en zijn sensoren. Als de wind uit het zuidwesten komt, valt het mee. Maar in het stookseizoen – „ongeveer van eind september tot begin mei” – kunnen de ramen vaak pas na 23.00 uur open. Op slechte dagen, als het windstil of mistig is, blijven de mechanische ventilatieroosters dicht. Soms draagt hij een mondkapje.

Pientka is niet de enige die zich zorgen maakt over de luchtkwaliteit in Nederland. Milieu- en gezondheidsorganisaties waarschuwen al jaren voor de toenemende overlast en schade door houtstook, het onderwerp stond in vrijwel iedere gemeenteraad wel eens op de agenda. Donderdag vergadert de milieucommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over het probleem. Aanleiding is een brief die het Platform Houtrook en Gezondheid in maart aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) stuurde, waarin gepleit wordt voor ontmoedigingsbeleid.

Het Platform – 23 partijen waaronder enkele gemeenten, GGD’s, het RIVM en het Longfonds – noemt in z’n brief vijftien mogelijke oplossingen. Bijvoorbeeld het instellen van een stookalarm bij windstil weer en een bijbehorend verbod voor dichtbevolkte gebieden. Dat laatste is lastig te realiseren, zo bleek in 2014 toen wethouders van de vier grote steden bij de overheid aandrongen op maatregelen. De overlast en uitstoot van fijnstof kan zó lokaal zijn dat die niet goed te meten en dus te handhaven is. Daarvoor is een uitgebreid – en duur – meetmodel nodig, en dat is er nog niet. En dan is er nog het draagvlak: lang niet iedereen ziet de noodzaak van een verbod in.

Hans Timmerman (59) uit Goes zou de gevolgen van zo’n verbod zeker merken. Als begeleider bij stadsboerderij Kom Us Kieke, een werkplek voor mensen met een verstandelijke beperking, is hij vrijwel dagelijks met hout bezig. „Het verwerken en verkopen van hout is een van onze belangrijkste activiteiten”, zegt Timmerman. Hij heeft zijn zaagmachine net uitgezet, zaagsel plakt aan zijn paarse fleecevest.

Aan de voorkant van de stadsboerderij, langs de weg, staat een groot bord met daarop „Te koop: haardhout”. Aan de achterkant liggen op het erf boomstronken en -stammen. De boerderij krijgt die van de gemeente, na een storm bijvoorbeeld, of koopt hout bij telers uit de buurt. Er is net een partij fruitstammetjes binnengekomen, zegt Timmerman. „Daar is veel vraag naar, het brandt mooi.” Het haardhout wordt verkocht in vierkante bakken waar een vaste kuub in past. Zo’n bak met fruitbomenhout kost 55 euro. „Mensen betalen het er graag voor.”

Lijm en verfresten
Als hij zelf stookt, houdt hij altijd rekening met de weersomstandigheden. En hij heeft een goede houtkachel: „Wat ik wegbreng aan as, stelt haast niets voor.” Stoken is volgens Timmerman vooral een kwestie van gezond verstand. Het moet kunnen, maar je moet wel weten waar je mee bezig bent. Hij zag mensen eens oude kozijnen verbranden. „Die hadden geen idee. Dan verbrand je lijm en verfresten. Puur vergif.” Meer voorlichting vindt hij een goed idee, een verbod overdreven. „Als een boom omvalt in het bos en hij gaat rotten, komt er net zoveel uitstoot vrij.”

Een paar kilometer verderop in ’s-Gravenpolder pleit Dieter Pientka hartstochtelijk vóór een stookverbod. De huidige regelgeving beschermt de stoker, dat is volgens hem de omgekeerde wereld. „Burgers hebben recht op schone en gezonde lucht in en rond hun woning. Ik vind dat we van de overheid mogen verwachten dat zij dit recht waarborgt.”

Zolang er geen regels zijn, zal hij stokers blijven aanspreken op overlast. Het is een gevoelig onderwerp, weet Pientka, vandaar dat hij ook vaak namens zijn buren spreekt en zich inzet als vrijwilliger voor Stichting Houtrookvrij en het Platform Houtrook en Gezondheid. „Het is lastig om te zeggen: ik heb last van jou. Zodra je begint over iemands houtkachel, merk je dat het een behoorlijk emotioneel gesprek kan worden. Het is dan toch alsof je diegene een beetje op zijn ziel trapt.”

Lees ook: Stookvervuiling in de woonwijk vormt een acute bedreiging voor de gezondheid en leefbaarheid van vele long- en luchtwegpatiënten, schrijft Ubel Zuiderveld.
CIJFERS HOUTSTOOK IN NEDERLAND
20

procent van de Nederlandse huishoudens bezit een ‘met hout gestookte installatie’, aldus het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het gebruik van haarden en kachels is de laatste jaren onder meer om economische redenen toegenomen.

11,3

procent van de totale uitstoot van het fijnstof PM2.5 (deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer) kwam in 2015 uit houtstook door consumenten, volgens de emissieregistratie van het RIVM. Het aandeel van dit type fijnstof door uitlaatgassen in het verkeer is ruim 13 procent.

45

procent van de Nederlanders vindt dat de overheid met regels moet komen voor het stoken van hout in een woonwijk, zo blijkt uit een recente enquête onder 543 mensen in opdracht van RTL Nieuws. Houtrook uit de kachel of haard zou bij een op de vijf mensen voor overlast zorgen.

Kankerverwekkende stoffen barbecuerook komen binnen via huid

Kankerverwekkende stoffen barbecuerook komen binnen via huid
Toxicologie

Na de barbecue moet je douchen en schone kleren aantrekken. Schadelijke stoffen uit de rook trekken dan niet alsnog je lijf in.

Sander Voormolen
29 mei 2018 om 14:46

Barbecue in het Kralingse Bos in Rotterdam. Schadelijke stoffen uit de rook worden makkelijk opgenomen via de huid. Foto ANP/Robin Utrecht

Tijdens het barbecueën krijgen mensen meer kankerverwekkende stoffen via de huid binnen dan via inademing. Tot die verrassende conclusie komen Chinese onderzoekers na vergelijkend onderzoek met jonge vrijwilligers rond een barbecue. Het gaat daarbij om zogeheten polycyclische koolwaterstoffen (PAK’s).

De vettige rook die vrijkomt bij het grillen vergemakkelijkt de opname van deze verbrandingsproducten door de huid. Zodanig dat het effect ervan voor iemand die in de buurt van de barbecue heeft gestaan groter is dan het inademen van rook. De onderzoekers, verbonden aan de Jinan University in Guangzhou en de universiteit van Peking, publiceerden hun resultaten in het blad Environmental Science & Technology.

Lees ook: Barbecuen? Rook je buren niet uit
Dat barbecuen over het algemeen niet heel gezond is, weten de meeste mensen wel. Door het roosteren van (meestal) vlees ontstaan chemische verbindingen die het extra smaak geven, maar ook schadelijk zijn voor de gezondheid. Wie regelmatig geroosterd vlees, vis of groenten eet, krijgt er behoorlijk wat van binnen.

De Chinezen deden eerst een proef met 20 jonge mannen rond een barbecue in de open lucht. Ze werden ingedeeld in drie groepen, waarvan er één vlees, vis en groenten van de barbecue at. De andere twee groepen zaten er wel omheen, maar aten er niet van; zij kregen hetzelfde menu gekookt. Een van de twee omstandergroepen droeg bovendien een luchtdicht masker met perslucht. Die groep werd zodoende alleen via de huid blootgesteld aan de barbecuedampen. De concentraties van vluchtige PAK’s zoals naftaleen, fenantreen en benzo-a-pyreen in hun urine waren na afloop van de grillsessie flink verhoogd.

Geen inschatting risico
De Chinese onderzoekers deden nog een tweede proef met een barbecue-sessie binnen, om ongecontroleerde omstandigheden zoals verwaaiing van de rook zoveel mogelijk uit te sluiten. Uiteraard liepen de concentraties schadelijke stoffen in deze afgesloten omgeving verder op, maar het resultaat bleef gelijk. De meeste van de zestien soorten gemeten PAK’s uit de babecuerook komen bij voorkeur via de huid het lichaam binnen.

Het lijkt er daarnaast op dat het lichaam geïnhaleerde PAK’s op een andere manier afbreekt dan PAK’s die via de huid het lichaam zijn binnen gekomen, schrijven de onderzoekers. Zeker is dat niet, want door de relatief kleine aantallen proefpersonen kan dit ook een effect zijn van individuele verschillen tussen de deelnemers.

De concentraties uitgescheiden PAK’s bereikten ongeveer tien uur na de barbecue een piek, en zijn na een etmaal weer uit de urine verdwenen.

De onderzoekers maken in het artikel geen concrete inschatting van het gezondheidsrisico van blootstelling aan barbecuerook via de huid. Waarschijnlijk is dat bescheiden, want de inname van PAK’s via geroosterd voedsel is zeker honderd maal meer. Maar, schrijven ze, het effect ervan kan nog lang doorwerken als je de vettigheid na de barbecue niet van huid en haren afwast of de doorrookte kleding blijft dragen.

Opmerkingen? Mail ons

Pizzeria Oude Dorp moet binnen zes weken stoppen met houtoven

Pizzeria Oude Dorp moet binnen zes weken stoppen met houtoven

BRON

Eindelijk succes voor de bewoners van Tempelhof in het Oude Dorp. Zij strijden al lange tijd tegen de roet- en rookoverlast die een houtgestookte pizzaoven van pizzeria Gusto aan de Dorpsstraat veroorzaakt. De eigenaar moet binnen zes weken stoppen met  het gebruik van de oven op de huidige manier. Hij mag nog wel pizza’s maken in een elektrische- of gasoven. Maar ook dan geldt dat de geuroverlast binnen de perken moeten blijven. 

Wethouder Raat: ,, Gezien alle stappen die reeds gezet zijn, heb ik er geen vertrouwen meer in dat aanvullende maatregelen een oplossing bieden. Daarom is besloten om de ondernemer van de pizzeria te sommeren te stoppen met het gebruik van de houtoven, binnen zes weken. Dit gebeurt niet per direct omdat op grond van vaste rechtspraak een redelijke begunstigingstermijn moet worden gehanteerd.”

Er is nog mogelijkheid voor de ondernemer om toch de houtoven te blijven gebruiken. Hij moet dan wel zorgen dat afgezogen dampen en gassen naar de buitenlucht twee meter boven het hoogste punt in een straal van 25 meter worden uitgestoten én dat deze door een doelmatige ontgeuringsinstallatie worden geleid.

De video is onlangs gemaakt door onze mediapartner NH. Het programma De Consumenteman besteedde al meerdere keren aandacht aan de rookoverlast.

De knusse houtkachel is eigenlijk een no-go

BRON

De knusse houtkachel is eigenlijk een no-go

GROEN

Frank Straver 

© colourbox

Houtkachels thuis dragen ook bij aan luchtvervuiling. Niet aanschaffen dus , zegt Milieu Centraal. Heb je er al een? Stook dan bewust.

Een ‘ongemakkelijk feit’, noemt voorzitter Pim van Gool van de Gezondheidsraad het. Houtkachels en zeker open haarden, hoe knus ze ook zijn, blazen via de schoorsteen vaak vuile stoffen de lucht in. “Het is een rare paradox”, zegt hij. “Milieubewuste mensen denken met een houtkachel goed bezig te zijn, maar het tegenovergestelde is vaak waar.”

Het ligt gevoelig, weet ook energie-experts Mariken Stolk van adviesorganisatie Milieu Centraal. Bewoners met een houtkachel willen soms liever niet horen dat ze luchtvervuiling, zoals fijnstof, veroorzaken in de buurt. “Het klinkt zo duurzaam, niet stoken met de gasketel maar met hout”. Stolk windt er geen doekjes om: “Dat klopt echt niet.” De meeste kachels zijn inefficiënt, met zo’n 30 procent energieverlies. Een open haard laat zelfs tot 90 procent van de warmte vervliegen, met schadelijke stoffen.

Dilemma

De meest verantwoorde keuze voor het stoken van hout in huis is de aanschaf van een pelletkachel. Dat is een hoogefficiënte kachel, die samengeperste kleine houtkorrels verbrandt. Die kun je kopen met duurzaamheidslabels, zoals ‘Better Biomass’. Met een hele hoge schoorsteenpijp op het dak erbij blijft de overlast beperkt. Maar Stolk wil ook die pelletkachels niet aanraden. “Helaas, ook dan kun je milieu en gezondheid schaden.” Maar ja, aardgas stoken met je cv-ketel thuis is ook niet duurzaam. Kijk dus liever naar echte schone verwarming thuis, zegt Stolk. Dat kan in een energiezuinig huis met een warmtepomp, die energie uit de lucht of de bodem haalt, met zonnepanelen op het dak.

Milieu Centraal heeft wel tips, voor houtstokers, om verantwoord om te gaan met houtkachel of haard. Niet stoken op windstille dagen bijvoorbeeld, want dan blijven alle vieze stoffen hangen. Matig gebruik helpt ook. “Stook die gezellige kachel niet elke koude dag, maar maximaal twee avonden per week, voor de sfeer”, zegt Stolk. En alleen kurkdroog hout opbranden, want nat hout geeft meer verontreiniging. Afval, vers hout op plastic erin gooien is natuurlijk helemaal uit den boze.

Burenruzies

“We willen wel terughoudend zijn met zulke stookadviezen”, zegt Stolk. Niet omdat Milieu Centraal zich niet wil bemoeien met het stookgedrag van mensen thuis, maar omdat de tips het beeld geven dat houtkachels en haarden toch best wel oké zijn. Gebruik hem liever helemaal niet, is de belangrijkste boodschap van Milieu Centraal. Overlast door stank en vieze lucht leidt volgens Milieu Centraal geregeld tot geruzie in de wijk. “Doe de buren een lol”, zegt Stolk, “hout stoken is eigenlijk gewoon een no-go.”

Lees meer over het advies van de Gezondheidsraad voor de uitstoot van stikstof en fijnstof: Gezondheidsraad wil striktere regels voor schone lucht

Afgekeurde houtkachels te koop bij GAMMA

Federale milieu-inspectie haalt negen houtkachelmodellen uit de handel 09/11/2017 om 11:54 | Bron: BELGA – BRUSSEL – De federale milieu-inspectie heeft negen houtkachelmodellen na inspectie uit de handel gehaald omdat ze niet conform de wetgeving zijn, blijkt donderdag uit een mededeling.
Het gaat om de kachel Vulcanus, die verkocht werd bij Monsieur Bricolage; de kachel Denver, die verkocht werd bij Hubo; de kachels Atomium plus, Castilla plus, Boston plus, Madrid plus en de modellen Luis plus, Malaga plus en Rioja plus, die verkocht werden bij Brico, Hubo, Monsieur Bricolage en Gamma. “Ze stoten immers meer fijn stof en CO uit dan de andere kachels. Ze zijn schadelijk voor het milieu en hun slecht energetisch rendement heeft een impact op de opwarming van het klimaat”, luidt de mededeling.
De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu heeft op zijn website de lijst gepubliceerd van kachels die voldoen aan de regelgeving.

BRON

Verkeer en houtrook grootste zorgen luchtkwaliteit

BRON

Nederlanders maken zich het meest druk over de invloed van verkeer op de luchtkwaliteit in hun gemeente. Ook houtrook en intensieve veehouderij werden genoemd. Dat blijkt uit de reacties van meer dan 85.000 bezorgde mensen over de luchtkwaliteit in hun gemeente die het Longfonds vandaag aan de gemeente Rotterdam heeft overhandigd.

Alle zorgen worden overhandigd aan de gemeenten. ‘Namens al deze burgers willen we de nieuwe coalities oproepen de komende vier jaar ook echt iets te doen met deze zorgen’, zegt Longfonds directeur Michael Rutgers. ‘Gemeenten kunnen ook echt een rol spelen bij het gezonder maken van de luchtkwaliteit. Wij willen dat niemand meer ziek wordt van de lucht die hij inademt.’

Campagne

Het Longfonds heeft de afgelopen weken campagne gevoerd om mensen bewust te maken van de lucht die zij inademen. Op de site van het Longfonds (longfonds.nl/gezondelucht) konden mensen de luchtkwaliteit in hun straat checken en hun lokale zorgen uiten. Zo’n 85.000 mensen hebben hun zorgen doorgegeven. Het meest genoemd werden verkeer (ruim 20.000 keer) en houtkachels (ruim 16.000 keer). Daarnaast maken 25.000 mensen zich druk over de luchtkwaliteit in het algemeen. De meeste zorgen werden geuit in de vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag  en Utrecht.

Lokale maatregelen                                                                                                                                                                       

Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de luchtkwaliteit door maatregelen te nemen rond locaties met veel luchtvervuiling, zoals drukke wegen. Het stimuleren van autoluwe binnensteden, het weren van scooters en brommers uit de binnensteden en het invoeren van snelheidsbeperkingen helpt om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken. Gemeenten kunnen daarnaast inzetten op het bevorderen van zero-emissie mobiliteit, zoals het plaatsen van meer elektrische laadpalen en het gebruik van elektrische bussen. Ook houtrook levert een grote bijdrage aan de vieze lucht. Door een lokaal stookverbod af te geven bij mist en windstil weer kan de overlast flink worden beperkt. Het Longfonds wil dat gemeenten een actieve rol spelen in het geven van voorlichting over de gezondheidsrisico’s van houtrook.

Gevoelige groepen                                                                                                                                                              

Mensen met een longziekte, ouderen en kinderen hebben als eerste last van vieze lucht. Zij krijgen extra klachten of moeten met spoed worden opgenomen in het ziekenhuis. Het Longfonds roept gemeenten op om juist deze groepen te beschermen. Michael Rutgers: ‘Plan bijvoorbeeld geen voorzieningen voor kinderen en ouderen, zoals scholen, kinderdagverblijven, woonzorgcentra of sportverenigingen, naast snelwegen of drukke verkeerswegen. Het werkt ook andersom: ook bij de aanleg van wegen zou hiermee rekening mee moeten worden gehouden. Zo kunnen de effecten op de gezondheid voor deze gevoelige groepen nog verder worden teruggedrongen.’

Gezondheidsklachten                                                                                                                                     

Laminaat verbranden goed voor onze kids. Kom niet aan mijn kinderen hoor….

 

De lucht die we inademen in Nederland is op de meeste plekken ongezond. Je kunt er letterlijk doodziek van worden. Elk jaar overlijden er ruim 12.000 mensen vroegtijdig door ongezonde lucht. En elke dag belanden er meer dan 40 mensen met spoed in het ziekenhuis door luchtvervuiling. Niet alleen mensen met een longziekte worden ziek van ongezonde lucht, ook voor gezonde mensen is dit op de lange termijn schadelijk.

 

Schone Lucht Is Een Recht Voor Iedereen.

OPEN HAARD BEVAT TE VEEL FIJN STOF

OPEN HAARD BEVAT TE VEEL FIJN STOF

BRON

Specialisten pleiten ervoor om houtkachels en open haarden te verbieden, omdat ze heel veel fijn stof veroorzaken. Fijn stof is heel slecht voor onze gezondheid. Niet alleen haarden en kachels zijn trouwens een bron van fijn stof, ook door te barbecuen, gourmetten of wokken blazen we massa’s fijn stof de lucht in. Dat soort banale dingen zorgt zelfs voor 60 procent van het fijn stof.

Tijdens de kerstmarkt een houtvuurtje stoken. Heel gezellig, maar niet zo goed voor de gezondheid. Houtvuur veroorzaakt namelijk rook, damp én daarin zit ook fijn stof. En dat is slecht voor je luchtwegen, zo zegt Professor Dirk Avonts van de Universiteit Gent.

Bijna 60 procent van alle fijn stof dat we inademen komt niét van de industrie en het verkeer, maar van doodgewone dingen : houtkachels en open haarden bijvoorbeeld. Maar ook – verrassend genoeg- van gewoon een gourmet, een barbecue, of wokken in de keuken.

Op sommige plaatsen is het gebruik van een haardvuur zelfs verboden. In Londen bijvoorbeeld bestaat er al sinds 1956 een verbod om nog een houthaard in je huis te hebben. Bij ons geldt sinds ruim een jaar alleen een advies om geen hout meer te stoken als er te veel fijn stof in de lucht zit.