Voorbeeld van de gemiddelde stoker. Maling aan iedereen dus!

‘Houtstokende buurman jaagt mijn vrienden weg’

ANP
GESCHREVEN DOOR

Jikke Zijlstra

Redacteur

Henrik-Willem Hofs

Verslaggever

Zodra hij thuis is, gaat de kachel aan. Arjen van Buren uit Ens staart bijna verliefd naar de gele en oranje vlammen. Of hij een fanatieke stoker is? “Dat lijkt me wel. Vandaag was ik de hele dag thuis, dus toen ging de kachel al om half negen aan”, lacht Van Buren.

Hij is niet de enige: ongeveer 1,5 miljoen Nederlanders hebben een open haard of houtkachel. Hoewel de eigenaren het waarschijnlijk heel gezellig vinden, hebben anderen juist last van houtrook. De rook bevat fijnstof, en daar kunnen met name longpatiënten extra ziek van worden.

Om de overlast van houtrook aan te pakken, zitten morgen allerlei partijen met elkaar om de tafel, onder wie staatssecretaris Dijksma van Milieu en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Arjen van Buren stookt het liefst de hele dag

Van Buren behoort niet tot de mensen die last hebben van de rook. Integendeel. Jaarlijks gaat er zeker vijf kuub hout doorheen. Gedroogd hout, benadrukt hij, want dat is schoner. Hij weet dat houtrook fijnstof bevat en dat bij mistig of windstil weer de rook langer blijft hangen. Maar daar houdt Van Buren geen rekening mee. “Uitlaatgassen blijven dan ook hangen.”

In de zomer doen we buiten de pizza-oven aan.

Arjen van Buren

Hij gebruikt zijn spekstenen kachel als verwarming in de woonkamer. “We hebben wel een centrale verwarming, maar die gebruiken we alleen als het vriest.” Al met al brandt de kachel zeker acht maanden per jaar. En in de zomer? “Dan doen we buiten de pizza-oven aan. Daar barbecueën we in, en ‘s avonds gebruiken we ‘m als open haard.”

Angelique Winder uit Alkmaar is minder te spreken over houtrook. Een van haar buren heeft volgens haar continu de houtkachel aan om zo zijn hele hele huis te verwarmen. “Ik moet mijn ramen, deuren en ventilatieroosters dicht doen, want het stinkt vreselijk en het is vreselijk benauwd. Het is goed om je huis regelmatig te ventileren, maar wanneer kan ik dat?”, zegt ze verbolgen.

Het stookgedrag van mijn buurman beheerst mijn hele leven.

Chiene Vos

Winder heeft al diverse maken gebeld met de gemeente en de GGD om het probleem aan te kaarten. “Maar ze zeggen er niets tegen te kunnen doen, want er zijn geen normen.” In een stookalarm, zoals het Longfonds voorstelt, heeft ze weinig fiducie. “Wie houdt zich daar aan? En wie gaat dat controleren?”

Ook haar buurtgenoot, Chiene Vos, heeft een hekel aan open haarden. De dames leerden elkaar kennen via een platform dat strijdt tegen houtrook. “Het stookgedrag van mijn buurman beheerst mijn hele leven”, zegt Vos. “Als ik mijn ramen wil wassen of de boel wil luchten, moet ik oppassen dat die schoorsteen niet brandt. Vrienden komen zelfs niet eens meer op bezoek vanwege die rook.”

Wat de oplossing dan wel is? Winder: “Goede voorlichting. Mensen moeten weten hoe ongezond het is en wat ze een ander aandoen. Dat is het enige wat helpt.”