RIVM rapport over houtrook

Rapport doorgelezen en onze kijk op hoe er over houtrook wordt gedacht. RIVM rapport 609300027/2011 W.I. Hagens | A.J.P. van Overveld | P.H. Fischer | M.E. Gerlofs-Nijland | F.R. Cassee

Opmerkingen houtrook.nl

Gezondheidseffecten van houtrook Een literatuurstudie Hout stoken in open haarden en houtkachels is in Nederland de meest genoemde bron van geuroverlast in de leefomgeving. Ook kan er angst bestaan voor de gevolgen van houtrook voor de gezondheid. Bij de verbranding van hout in kachels en haarden komen verschillende chemische stoffen vrij, zoals fijn stof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen en PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Op basis van beschikbaar onderzoek is echter niet goed in te schatten in hoeverre deze uitstoot gezondheidseffecten kan veroorzaken. Dit komt onder meer vanwege de grote variatie in samenstelling en dat is gekoppeld aan type kachel of haard, brandstof en stookgedrag. De uitkomsten van verschillende onderzoeken naar het effect van het stoken van hout op de gezondheid zijn divers. Blootstelling aan houtrook wordt in sommige studies geassocieerd met meer (ziekenhuisopnamen voor) hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en een verslechterde longfunctie. Andere studies laten geen relatie met gezondheidseffecten zien. Voorzover bekend is fijn stof afkomstig van houtverbranding niet duidelijk meer of minder schadelijk dan fijn stof afkomstig van andere (verbrandings)bronnen, zoals verkeer. Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit een literatuuronderzoek van het RIVM naar de mogelijke gezondheidseffecten van houtrook. De geraadpleegde studies zijn vooral uitgevoerd in gebieden waar haarden en houtkachels de enige verwarmingsbron zijn. Deze situatie komt in Nederland nagenoeg niet voor. Daardoor is het lastig de resultaten te vertalen naar de Nederlandse situatie. Een uitgebreide verkenning van de lokale blootstelling aan schadelijke stoffen als gevolg van houtverbranding in Nederland is nodig om meer inzicht te krijgen in de lokale bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging, zeker op locaties waar bronnen en bewoning dicht bij elkaar liggen. Algemene stookadviezen voor stokers kan de overlast vaak al verminderen, maar deze adviezen alleen zorgen doorgaans niet voor een bevredigende oplossing van de klacht. Dit komt mede omdat de mogelijkheden om ongewenste situaties aan te pakken gering zijn en zich vooral beperken tot vrijwillige maatregelen. Bij GGD’en wordt dan ook geregeld melding gemaakt van overlast als gevolg van houtverbranding.

Weer vage tekst van we kunnen niet goed inschatten enz. Het stookgedrag is een groot punt. Daarom beter voorkomen dan genezen stoppen met houtkachels en open haarden in woonwijken. Vaak wordt er verkeerd gestookt. Er is geen handhaving dus een paradijs voor stokers die het niet zo nauw nemen met uw gezondheid. Dit komt vaak terug in het rapport.

Toxiciteit van houtrook Houtrook is een complex mengsel van stoffen en dit maakt de risicobeoordeling lastig. Welke componenten in houtrook tot welke gezondheidseffecten kunnen leiden is deels onbekend. Uit onderzoek blijkt in ieder geval dat er geen reden is om aan te nemen dat fijn stof afkomstig van houtverbranding minder schadelijk is dan fijn stof van andere bronnen zoals verkeer. Uit studies naar de effecten van fijn stof blijkt dat fijn stof bij bepaalde concentraties schadelijk is voor de gezondheid. Er is geen bewijs gevonden voor een niveau waaronder geen nadelige gezondheidseffecten zullen optreden. Zoals ook bij verkeersgerelateerd fijn stof het geval is, behoren mensen met bestaande luchtweg- en cardiovasculaire aandoeningen tot de gevoelige groepen.

Fijnstof is gewoon gevaarlijk voor de volksgezondheid, dus wij als houtrook.nl vinden dat gezondheid voor sfeer gaat. Ook hier weer er om heen draaien. Hoe er gestookt wordt en dat is in de meeste gevallen slecht maakt dat de uitstoot veel schadelijker is dan wat hier beweerd wordt. Studies het klinkt goed, maar het gaat om de praktijk als de rookwolken om je huis vliegen is dat echt niet gezond.

Gezondheidseffecten van houtrook De resultaten van onderzoeken naar de relatie tussen het gebruik van houtkachels en gezondheidseffecten zijn niet eenduidig. Blootstelling aan houtrook wordt in sommige studies geassocieerd met een toename van (ziekenhuisopnamen voor) luchtweg-, hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en een verslechterde longfunctie. Andere studies laten geen relatie met gezondheidseffecten zien. Onderzoek met vrijwilligers die enkele uren werden blootgesteld aan houtrook toont aan dat dit kan leiden tot gezondheidsschade en toxicologisch onderzoek laat zien dat fijn stof van houtrook even schadelijk of soms schadelijker is dan fijn stof van andere bronnen. In het algemeen geldt dat hoe meer luchtverontreiniging er in een bepaald gebied is, hoe meer gezondheidsschade er zal optreden. Om een beter beeld te krijgen van de lokale bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging in Nederland zal een bredere verkenning van de lokale blootstelling aan schadelijke stoffen als gevolg van houtverbranding nodig zijn. Op basis van de huidige inzichten blijft het vanuit gezondheidskundig oogpunt raadzaam om emissies van fijn stof, van welke bron dan ook, in de buitenlucht te beperken.

Staat toch duidelijk dat fijnstof van houtrook schadelijker is dan van andere bronnen.

Emissie van houtkachels Bij houtverbranding komen veel verschillende stoffen vrij. Het gaat naast CO2 en water om een complexe mix van gassen en deeltjes, zoals fijn stof, koolmonoxide, vluchtige organische stoffen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Hoeveel van een stof wordt uitgestoten is afhankelijk van vele factoren, zoals type kachel, brandstof, meteorologische omstandigheden en stookgedrag. Een deel van de houtrook komt direct in het binnenmilieu van de stoker terecht; het grootste deel wordt echter via de schoorsteen in de omgeving uitgestoten. Door ventilatie en infiltratie komen verbrandingsproducten ook in omliggende woningen terecht.

Het fijnstof komt bij de buren terecht. Het is niet t evoorkomen dat het fijnstof uit de kachel van uw buren uw gezondheid aantast. Afplakken, roosters dicht houden heeft geen zin. Volgens de GGD moet je ventileren, maar als de rook je huis invliegt valt er weinig te ventileren. Er is te weinig kennis bij de overheid over houtrook. Houtrook.nl probeert de overheid wakker te schudden.

Het ervaren van stankoverlast Openhaarden en allesbranders zijn een belangrijke oorzaak van stankoverlast in Nederland. Het ervaren van geurhinder hangt af van verschillende factoren, zoals aard van de geur, duur en frequentie, leeftijd, bezorgdheid en eigen gezondheid, en is moeilijk te voorspellen. Het ervaren van geurhinder kan leiden tot gezondheidsklachten. Vaak kan het hanteren van algemene stookadviezen al zorgen voor een vermindering van de overlast. Het gaat hierbij om algemene adviezen zoals het gebruik van droog, onbewerkt hout, en niet stoken bij windstil/mistig weer. Echter, vaak leidt het beschikbaar stellen van stookadviezen alleen niet tot een bevredigende oplossing voor elke klacht. Dit komt mede omdat de mogelijkheden om ongewenste situaties aan te pakken gering zijn en zich vooral beperken tot vrijwillige maatregelen.

Stookadviezen (het komt steeds terug) hebben we niets aan in de praktijk. Er is geen controle door handhavers wat houtrook betreft. Dus hebben de stokers vrij spel. Het staat er ook letterlijk vrijwillige maatregelen…daar kopen we als houtrook.nl niets voor. Gewoon betere wetgeving, open haard belasting, vergunning systeem zodat de gemeente weet hoeveel kachels er in de straat zijn en bij misbruik kan de vergunning worden ingetrokken.  1 op de 5 heeft een kachel, maar in de praktijk kan dat 1 op de 2 zijn!!

Brandstof In de praktijk staan houtkachels ook wel bekend als ‘allesbrander’. Deze naam is misleidend, want in geen enkele kachel mag alles worden gestookt. Ook is lang niet alle resthout, zoals geverfd of geïmpregneerd hout, restjes spaanplaat, triplex of hardboard geschikt voor houtkachels. Bij het verbranden hiervan komen veel schadelijke stoffen vrij, zoals dioxinen, metaalverbindingen, formaldehyde en zoutzuur. Ook bij het verbranden van briketten met paraffine of bruinkool komen veel schadelijke stoffen vrij. Dit wordt door Milieu Centraal daarom afgeraden. Daarnaast vindt een toenemende uitstoot van schadelijke stoffen ook plaats als afval, zoals plastic, papier en textiel verbrand worden. Overigens is het verbranden van afval in Nederland wettelijk verboden (Milieu Centraal, 2011). In een houtkachel mag enkel onbehandeld hout als brandstof worden gebruikt, zoals houtbriketten, houtpellets en hakhout. Geschikte houtbriketten en houtpellets zijn gemaakt van geperste houtkrullen en houtvezels zonder extra toevoegingen. Houtpellets zijn alleen geschikt voor een speciale pelletkachel. Ook kan goed gedroogd hakhout worden gebruikt. Goed gedroogd hout bevat ongeveer 20% vocht (Boersma et al., 2009). Vers gekapt hakhout bevat ongeveer 50% vocht. Door dit vocht blijft de verbrandingstemperatuur lager en brandt het vuur minder efficiënt. Daardoor ontstaan meer schadelijke verbrandingsgassen. Afhankelijk van de houtsoort en drogingscondities kan het drogen van hout één tot twee jaar duren (Milieu Centraal, 2011). Uit een steekproef in 1990 bleek dat een zesde van het hout dat verstookt werd in houtkachels en open haarde afvalhout was (hout dat eerst voor andere doeleinden was gebruikt). De rest kwam vermoedelijk direct uit het Nederlandse natuur- en cultuurlandschap. Uit deze steekproef kwam verder naar voren dat gekregen (Okken et al., 1992). Het lijkt aannemelijk dat nog steeds het grootste deel van het hout dat in Nederland wordt verbrand afkomstig is uit het Nederlandse landschap (CBS, 2010). In 2008 werd in een Kamervraag aan de toenmalige Minister van Wonen, Wijken en Integratie gevraagd welke eisen er gesteld worden aan de kwaliteit van brandbare materialen bij het stoken van houtkachels en wie verantwoordelijk is voor de controle hierop en de handhaving hiervan. Het antwoord van de minister luidde dat controleren en handhaven van eventuele regels praktisch onhaalbaar is (Poppe, 2008).

Dit klinkt voor ons heel bekend…….de allesbrander…….nat hout en natuurlijk wie handhaaft………niemand.