Regelgeving

Zaken over houtrook zijn meestal gevoerd op grond van artikel 7.3.2 van de (model)bouwverordening. imagesDat artikel is per 1 april 2012 opgenomen in het Bouwbesluit als artikel 7.22; dat verbiedt om op voor de omgeving hinderlijke wijze rook, roet of walm te verspreiden. Hinder moet beoordeeld worden aan de hand van tal van omstandigheden.

Op basis van dit artikel kan een stookverbod worden opgelegd.Gerald_G_Woman_Police_Officer_1 Er wordt ook wel een gedeeltelijk stook verbod opgelegd, d.w.z. een verbod om te stoken bij bepaalde windrichting of -kracht of op bepaalde tijden. Dat is in een aantal gevallen bevestigd door de Raad van State. Het bekendst is het zogenaamde “arrest Nuth”; waaruit ook blijkt dat niet bepalend is of de kachel en de schoorsteen aan bepaalde eisen voldoen.

In artikel 7.17 eerste lid van het Bouwbesluit 2012 staat dat het gebruik van een bouwwerk, open erf en terrein niet mag leiden tot gezondheidsrisico’s (in artikel 1.a. sub 2 van de Woningwet stond al dat je vanuit een bouwwerk geen gevaar voor de gezondheid mag veroorzaken). Schending van de zorgplicht uit dit artikel kan ook leiden tot aansprakelijkheid. Verder kan een gemeente op basis van dit artikel en artikel 13 van de Woningwet eisen dat voorzieningen worden aangebracht om redenen van veiligheid of gezondheid.

De Wet Milieubeheer artikel 1.1.a sub 2 verplicht “een ieder” om nadelige gevolgen van zijn handelen voor het milieu zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. De Wet Milieubeheer geldt in principe voor “inrichtingen” (bedrijven); die kunnen een vergunning nodig hebben om hout te stoken. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de normen voor de concentraties van stoffen in de lucht gegeven. Die blijken in de praktijk niet toepasbaar bij het beoordelen van hinder van houtrook. Opmerkelijk is dat de zorgplicht uit artikel 1 niet wordt gebruikt om op te treden tegen excessief of onzorgvuldig stoken.

Veel gemeenten hebben in de Algemene Plaatselijke Verordening een artikel 5.5.1 opgenomen dat verbiedt om in de open lucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur te stoken, behalve o.a. in terrashaarden en vuurkorven. Dit is een opmerkelijk artikel omdat het meer overlast legitimeert dan verbiedt.Buiten_ligzetel_LR

Artikel 3.14 van het oude Bouwbesluit regelde de afvoer van rook. Dit werd vaak als (enige) grond voor eventueel optreden genoemd. Dat is onjuist, omdat dit artikel blijkens de bepalingen bedoeld is om te voorkomen dat er rook in de woning van stoker komt. Het is niet bedoeld om omwonenden te beschermen.

Helaas blijkt dat veel gemeenten onvoldoende of verkeerd gebruik maken van de regelgeving. Het begrip “hinder of schade” wordt verengd tot overtreding van luchtkwaliteitsnormen en eisen aan rookgasafvoer. Logischer en praktischer zou zijn om te kijken of er gevaar voor de gezondheid is (Woningwet / Bouwbesluit) en om dat dan te koppelen aan de zorgplicht (Wet Milieubeheer). De toepassing van het Bouwbesluit 2012 zou moeten worden uitgewerkt in een uitvoeringsrichtlijn (terrashaarden en vuurkorven moeten daar ook onder vallen). Immers moeten auto’s aan de strengste milieu eisen voldoen. De winst wordt weer teniet gedaan door verkeerd stoken van hout. Ook zouden de houtgestookte toestellen belast moeten worden, want de vervuiler betaalt. In deze tijden van crisis is het een extra inkomsten bron voor een gemeente.