Prof. Jan Tytgat over fijn stof

photo

Prof. J. Tytgat klik op foto

Prof. Jan Tytgat

 

Transcriptie van een interview met professor Jan Tytgat, toxicoloog aan de Koninklijke Universiteit in Leuven over fijn stof en het gebruik van fossiele brandstoffen.

 

 

Interviewer: Professor graag een korte intro over uw specialisatie.

Tytgat:
Wel, ik ben een toxicoloog, dat wil zeggen iemand die de nadelen van lichaamsvreemde stoffen bestudeert. En als toxicoloog ben ik vooral bezorgd over het fijn stof.

Interviewer:
Hoe zou u fijn stof eigenlijk willen definiëren professor?

Tytgat:
Wel, fijn stof is een onopgelost of onoplosbaar deeltje, dat in functie van zijn grootte kan rondzweven in lucht en dan noemen we dat een aerosol.
Wij ademen dat in en dan kan dit in functie van de grootte bepalend zijn waar dat in onze luchtwegen gaat terecht komen.
Als je praat over 2,5 is dat 2 komma 5 micrometer, dat is dus 2 komma 5 miljoenste meter.
Bijzonder klein dus.
Dat zijn voor mij de gevaarlijkste van heel het smog verhaal. Waarom?
Omdat die door hun bijzondere kleinheid, juist via diffusie, tot de diepste delen van onze luchtwegen kunnen binnendringen en daar de fameuze longblaasjes nadelig kunnen beïnvloeden. En het geraakt daar ook niet meer weg.

Interviewer:
Over welke stoffen spreken we dan? Ik bedoel, welke zijn de meest gevaarlijke?

Tytgat:
We weten uiteraard welke de meest kwalijke moleculen zijn, waarmee het risico het grootste is op kanker.
En dan denk ik aan de PAK’s, de Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen met als prototype het benzo(a)pyreen.
Ook benzeen bijvoorbeeld, dat nog altijd in onze “groene” benzine zit.
Een beetje als een antiklopmiddel tegen het “lood” van vroeger, dat er nu uit is.
Daar weet men perfect het mechanisme van de toxiciteit.

Interviewer:
En welke klachten kunnen die stofdeeltjes dan veroorzaken?

Tytgat:
Longemfyseem, astmatische toestanden, infecties, cardiovasculaire aandoeningen, een verhoogd risico op hartinfarcten. Dat is bewezen.
En dat is anachronistisch in die zin, we worden altijd ouder, de geneeskunde staat altijd wat verder, maar tegelijkertijd toont men aan dat door het inademen van fijn stof we ook aan een levensverkorting bezig zijn.
Dat mensen in volle stad, denken dat ze gezond zijn, door juist te gaan fietsen, te gaan joggen langs een drukke E40 met file, in een drukke winkelstraat waar toch nog bussen van De Lijn rijden of toch nog zwaar vervoer is en dan zie ik bijvoorbeeld moeders met een babywagen rijden. Op zich is dat niet gezond. Doe het daar niet. Waarom?
Om dat fijn stof juist!

Interviewer:
Professor, voertuigen stoten een bepaalde hoeveelheid CO2 uit per km.
Ik mag toch aannemen dat het niet enkel gaat over dat gas?

Tytgat:
Wel, die uitspraak kan je doen en dan spreek je wel alleen over dat gas, maar dat mag je niet interpreteren alsof er in die uitstoot enkel dat gas zit. Helaas komen daar heel wat meer giftige stoffen uit.
En het is misschien een rare uitspraak die ik doe, maar als men echt heel bezorgd zou zijn over de volksgezondheid, dan zou je alle voertuigen op fossiele brandstoffen moeten verbieden.

Interviewer:
Maar we zetten vandaag toch volledig in op roetfilters?

Tytgat:
We kunnen toch ergens tussen de lijnen lezen, dat bij de modernste filters er toch nog een zekere bezorgdheid overblijft. Een bezorgdheid naar de kleinste deeltjes, die je niet ziet als roet.
Iedereen kent nog van de jaren ’60 de vrachtwagens en de bussen waar een zwarte walm van roet uit kwam. Dat is uiteraard gevaarlijk omdat je het bijna ziet.
Maar met de moderne wagens is het niet zo, omdat je het niet ziet, dat het daarom per definitie veilig is.
Dat zelfs met die modernste filters de allerkleinste deeltjes en dan praten we over 1 micrometer of nog kleiner, toch nog wel degelijk met die filters vrij kunnen komen en dus toch nog onze gezondheid nadeel kunnen berokkenen.

Interviewer:
Professor, mogen we dan nu ook aannemen dat het gebruik van organische brandstoffen even schadelijk is voor de gezondheid?

Tytgat:
Absoluut en ik denk nog het meeste zelfs, wanneer we in een koud seizoen leven, we hebben het natuurlijk graag warm, dus we stoken en we doen dat nog vaak op fossiele brandstof en hoe meer ik word blootgesteld, hoe groter de kans is dat ik bijvoorbeeld ziek word of kanker krijg van welbepaalde gevaarlijke producten.
Ik denk aan benzo(a)pyreen, ik denk aan benzeen.
Maar dit gezegd zijnde, als je aan verbranding doet van fossiele brandstoffen, je doet aan verbranding van plantaardig materiaal, die verbranding genereert roet uitstoot.
Een we moeten toch blijven inzetten vind ik op een maatschappij waar we die uitstoot zoveel mogelijk kunnen verminderen.

Interviewer:
Kunt u daar een concreet voorbeeld van geven?

Tytgat:
De economische crisis bijvoorbeeld in Griekenland heeft aangetoond dat in de winter, in de hoofdstad Athene, dat mensen veel meer dan vroeger, op hout begonnen te verwarmen.
En het directe gevolg was, dat ook weer in een stad Athene, die al eigenlijk lijdt onder pollutie, dat er dus veel meer fijn stof werd gecreëerd door het excessief gaan gebruiken en verbranden van hout. Vandaar ook mijn pleidooi.
Fijn stof, we moeten echt beseffen dat het gevaarlijk is en we kunnen er zelfs van leren, van onze Aziatische vrienden, in die zin: We weten allemaal in Azië zijn daar grootsteden met miljoenen mensen, ik denk aan Seoul in Korea, aan Peking enz. En hoe leven die mensen daar? Wel, met mondmaskers. Ze doen dat niet voor niets.
En het zou jammer zijn, mochten hier binnen 5 of 10 jaar in Brussel en Antwerpen enz. ook al moeten overgaan, wanneer het mooie zomerdag is, om elkaar te zien en een pintje te gaan pakken, met een mondmasker aan. Dat zou heel erg zijn. Maar het is er al in Azië.
Men doet het niet voor niks, hè.

Interviewer:
Ik dank u voor uw tijd professor.

Tytgat:
Graag gedaan