GGD Zuid-Holland Zuid binnenshuis is de lucht verontreinigd

BRON : GGDggd

Houtkachels en open haarden Houtvuur is gezellig.
Een open haard of houtkachel brengt sfeer in huis en wordt vaak gebruikt als bijverwarming in de woning, naast de aardgas CV-installatie. Maar er is ook een keerzijde.

Open haarden en houtkachels verspreiden veel meer verontreiniging dan andere verwarming. Dat kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van u en uw buren. De manier waarop u stookt, bepaalt voor een groot deel welke gezondheidsrisico’s optreden.

Gevolgen in uw eigen woning
In woningen waar gestookt wordt zijn hogere gehalten van schadelijke stoffen zoals PAKs (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) gemeten, ook wanneer het binnen niet rokerig was. Vooral kinderen kunnen in huizen waar regelmatig hout wordt gestookt vaker last krijgen van luchtwegklachten zoals verkoudheid, astma, bronchitis en longontsteking. Als een huisgenoot gevoelige longen of hartklachten heeft, kunt u beter geen open haard of houtkachel aanschaffen. Een toestel op basis van stralingswarmte, zoals een tegel- of speksteenkachel of een gasgestookt toestel is dan een betere keuze.

Denk aan de buren
Wanneer u stookt bij windstil, mistig en koud weer kan de rook in de omgeving blijven hangen. De concentratie van fijn stof en schadelijke rookdeeltjes kan daardoor te hoog worden. Hier kunnen uw buren hinder en klachten van ondervinden. Uit onderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM) blijkt dat 17% van de Nederlanders (ernstige) last heeft van het stookgedrag van buren. Vooral mensen met gevoelige luchtwegen, zoals astmapatiënten, kunnen gezondheidsklachten krijgen door laaghangende rook.

Als u last heeft van de open haard of houtkachel van de buren
Heeft u last van een open haard of houtkachel die in de omgeving gestookt wordt, ga dan eerst in overleg met de ‘stoker’. Vaak kan de overlast op eenvoudige wijze worden verholpen. Iemand verbrandt bijvoorbeeld hout dat niet geschikt is voor een haard (omdat het nat of geverfd is), of doet de open haard aan tijdens windstil weer, waardoor de rook blijft hangen. De problemen verdwijnen vaak al wanneer op bepaalde tijden niet wordt gestookt. Soms helpt het de schoorsteen hoger te maken of het rookkanaal aan te passen.

Als u er samen niet uitkomt kunt u contact zoeken met uw gemeente, afdeling Bouw- en Woningtoezicht. Vrijwel iedere gemeente heeft in de bouwverordening een artikel op grond waarvan kan worden opgetreden bij hinder van rook, stank of roet.

Waar moet u op letten bij het stoken van open haard of houtkachel?

1. Ventileren
In de eerste plaats is het voor uw eigen gezondheid belangrijk goed te ventileren tijdens het stoken. Hierdoor komt er verse lucht in huis en krijgt het vuur genoeg zuurstof om te branden en worden vervuilende stoffen afgevoerd. In goed geïsoleerde woningen met weinig kieren en naden moet extra worden geventileerd om vergiftiging door onruikbare koolmonoxide (kolendamp) te voorkomen.

2. Kies voor een allesbrander of open haard met de juiste capaciteit
Door een te groot vermogen wordt het bij voluit stoken al gauw te warm in woningen. Om dit tegen te gaan wordt het vuur getemperd, door de luchttoevoer te verminderen. Er is dan sprake van onvolledige verbranding, waarbij schadelijke gassen vrijkomen, zoals koolmonoxide en roet. Deze gassen zijn slecht voor de gezondheid en het milieu. Meer informatie over de juiste capaciteit van allesbranders en open haarden is verkrijgbaar bij de verkoper van stooktoestellen.

Kiezen voor toestellen op gas of voor gesloten toestellen beperkt de kans op schadelijke effecten. Vaste brandstoffen stoken kan het beste met een toestel met een hoog rendement, zoals een tegel- of speksteenkachel.

Laat uw stooktoestel en schoorsteen altijd installeren door een erkende installateur.

3. Controleer of het verbrandingsproces volledig is
Donkere rook duidt op een onvolledig verbrandingsproces, door een slecht trekkende schoorsteen, te weinig luchttoevoer of te natte of voor het toestel ongeschikte brandstof. Witte of kleurloze rook wijst er op dat het verbrandingsproces optimaal verloopt.
Als het vuur goed brandt, zijn de vlammen helder geel en gelijkmatig. Een oranje, instabiel flakkerende vlam duidt op onvolledige verbranding.

4. Gebruik de juiste materialen om te stoken
Stook alleen speciale briketten of onbehandeld, droog en schoon hout. Droog hout is te herkennen aan barsten en een loszittende schors. Stook dus geen afval (zoals oud papier, plastic of textiel), sloophout en geverfd, gebeitst of geïmpregneerd hout in uw allesbrander of open haard. Bij verbranding hiervan komen namelijk erg veel schadelijke stoffen vrij. Onafhankelijk van het type materiaal geldt dat u moet zorgen voor voldoende toevoer van frisse lucht.

5. Laat uw schoorsteen regelmatig schoonmaken
Voor de veiligheid is het belangrijk uw schoorsteen regelmatig (jaarlijks) schoon te laten maken. Controleer ook regelmatig of de schoorsteen niet verstopt is door bijvoorbeeld een vogelnest. Door verstopte schoorstenen blijven verbrandingsgassen in woningen hangen; jaarlijks zijn hierdoor (dodelijke) slachtoffers te betreuren.

Meer weten?
Kijk voor meer informatie over het juiste gebruik van kachel of open haard op de website milieu centraal.mc