Bio-energie centrales houtstoken strijdig met beleidsdoelen?

13-15-houtstapel-150x150Kappen van bomen voor bio-energie – als vervanging van fossiele brandstoffen – brengt het risico met zich mee dat de uitstoot van CO2 eerst vele jaren stijgt voordat deze daalt. Het kan wel 100 jaar duren voordat er sprake is van een vermindering van de CO2 uitstoot. Rest- en afvalhout heeft dit nadeel feitelijk niet of nauwelijks. Als houtkap gaat toenemen om meer energie uit biomassa op te wekken dan kan dit het bereiken van de CO2-doelen voor 2020 en 2050 eerder moeilijker maken dan dichterbij brengen.

Een en ander blijkt uit de analyse “Climate effects of wood for bioenergy” van het Plan Bureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Alterra Wageningen UR.

Momenteel wordt veel rest- en afvalhout voor bio-energie ingezet. Zo wordt zaagsel door veel houtverwerkende bedrijven weer gebruikt om energie op te wekken voor het zagen en komt veel afvalhout in verbrandingsovens, waarbij elektriciteit en warmte worden geproduceerd. Bij ambitieuze beleidsdoelen voor hernieuwbare energie en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen kan echter de vraag naar andere houtbronnen toenemen: houtresten uit de bossen of meer houtkap.

13-15-rest-of-snoeihout

Hout eerst inzetten voor producten en pas daarna verstoken

Rest- en afvalhout

Bij kappen en uitdunnen blijven vaak houtresten in het bos achter, die langzaam wegrotten. Dat is gunstig voor de biodiversiteit en bodemkwaliteit, maar een deel van die resten kan ook als energiebron worden benut. Wel leidt directe verbranding op de korte termijn tot meer CO2 in de lucht dan geleidelijke afbraak in het bos. Bovendien is het rendement van bio-energie meestal lager dan van fossiele energie, waardoor het enkele – soms enkele tientallen – jaren kan duren voordat er daadwerkelijk vermindering van de CO2-uitstoot optreedt.

Het daadwerkelijke effect op de hoeveelheid CO2 in de lucht hangt dus sterk samen met wat er anders met het hout en de koolstof daarin zou zijn gebeurd. Dat is ook onderzocht voor extra houtkap. Het overgrote deel van de bossen in Europa – en ook in vele andere wereldregio’s – is relatief jong. Zonder kap zouden de bomen flink doorgroeien met een grote CO2-opname als gevolg. De nieuwe aanplant groeit in de eerste jaren veel minder snel. Het vraagt dus niet alleen tijd om na het kappen de bomen terug laten groeien, maar ook om te compenseren voor het tijdelijke verlies aan CO2–opname en de extra CO2 in de lucht als gevolg daarvan. Dan duurt het in veel gevallen meer dan 100 jaar, voordat er een vermindering van CO2 in de atmosfeer optreedt ten opzichte van de situatie met fossiele brandstoffen.

13-15-hout-in-producten-vastleggen

Hout eerst inzetten voor producten en pas daarna verstoken

Het blijft voor de koolstofbalans daarom gunstiger om gekapt hout eerst toe te passen als bouw- of productiemateriaal en het pas aan het eind van de levensduur in het afvalstadium als bio-energie in te zetten. Er wordt dan immers veel tijd gewonnen omdat de koolstof voor lange tijd in houten producten wordt vastgehouden. Het hout komt dan pas veel later beschikbaar voor energie. Een snelle toename van houtaanbod voor bio-energie is langs deze weg niet op een CO2 neutrale manier mogelijk.

Bij voorkeur moet het hout eerst ingezet worden voor producten, waardoor langdurig CO2 wordt vastgelegd, voor het verbrand wordt waarbij de CO2 weer vrijkomt.

Eerst een CO2 schuld

De bijstook van biomassa in kolencentrales heeft een belangrijk aandeel in de productie van groene stroom in Nederland. Wel is onder auspiciën van de Sociaal Economische Raad in juli afgesproken dat er een plafond komt aan het gebruik van biomassa in elektriciteitscentrales.

Op Europees niveau worden duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa voorbereid. Die criteria zullen cruciaal zijn om te voorkomen dat klimaatbeleid gericht op CO2-vermindering in 2020, 2030 of 2050 in deze periode juist leidt tot stijgende CO2-emissies.

Dat bij verbranding van hout CO2 vrijkomt is logisch, maar is een feit dat beleidsmatig veelal wordt genegeerd. Biomassa bijstook geldt als CO2 neutraal, omdat de uitgestoten CO2 daarvoor, tijdens het leven van de boom, is opgenomen. Maar dat verbranding eerst een CO2 schuld oplevert die pas daarna door volgende bomen moet worden ingelost, wordt daarbij vaak vergeten. Pas als nieuwe bomen zover zijn gegroeid dat ze evenveel CO2 uit de lucht opnemen als er door hun voorgangers bij het opstoken is vrijgekomen, kun je spreken van CO2 neutraal. En dat kan, zoals nu blijkt, tientallen tot honderden jaren duren.

Oude bossen nemen minder CO2 op

Een ander punt waar Wagingse onderzoekers van Alterra onlangs mee kwamen en in dit kader ook minstens zo interessant, oude bossen nemen minder CO2 op. Wageningse bos-expert dr. Gert-Jan Nabuurs: ‘Er tekent zich onmiskenbaar een kentering in de opslagcapaciteit af. Het bos neemt nog steeds netto CO2 op. Maar niet zomaar steeds meer, zoals beleidsmakers vaak gemakshalve aannemen. Men heeft de neiging zich in toekomstprojecties rijk te rekenen.’

Zolang bomen in een bos groeien, leggen ze CO2 vast in hun stammen en wortels. Maar voor iedere boom is dat een eindig proces. Sterft de boom, dan komt de opgeslagen CO2 weer vrij, hetzij door verrotting, hetzij doordat het hout bijvoorbeeld wordt verbrand. Gebruik in meubels en de bouw stelt dat moment hooguit nog flink uit. Het is voor het eerst dat bosbouwers een trendbreuk in Europa vaststellen. 13-15-oud-hout-neemt-geen-CO2-meer-opDe omslag zit ergens tussen 2005 en 2010, blijkt uit de analyses. In die periode nam voor het eerst de totale bijgroei in Europees bos af, met 13 miljoen kubieke meter hout. Daarvoor was er altijd netto groei. Maar opmerkelijker: terwijl de groei in volume daalde, nam het bosoppervlak nog steeds licht toe. Voor een flink deel is die trendbreuk het natuurlijke gevolg van de geschiedenis van het bosareaal in Europa, bij elkaar zo’n 180 miljoen hectare natuur- en productiebossen van Finland tot Portugal en Polen. Veel van dat areaal is het resultaat van herbebossing, met name na de Tweede Wereldoorlog. Zeker 50 miljoen hectare van al dat bos, aldus de analyse van de Wageningse onderzoekers, is oud en heeft onderhand een evenwichtssituatie bereikt. De groei is eruit, de opname van CO2 door nieuwe aangroei stokt; zo gaat dat in ouder en donkerder bos. Wat er nog moeizaam aan biomassa bijkomt, gaat er elders weer af door kap, ontbossing, storm en brand, insecten. Ander bosbeheer is volgens de onderzoekers in elk geval een deel van de oplossing. Het Europese bos is te oud en volgroeid.

13-15-productiebossen

Productiebossen leggen veel meer CO2 vast dan de zo prachtige oude bossen.

Ander bosbeheer noodzakelijk

Bosbeheerders moeten anders met de wouden omgaan, willen die een optimale rol in het klimaatbeleid kunnen spelen. Volgens Nabuurs betekent de huidige kentering mogelijk ook dat er een scherpere scheiding nodig is tussen natuur- en productiebossen. Natuurbos speelt in dat geval geen echte rol meer in de koolstofbalans van een land, maar productiebos des te meer. ‘Daar moet de vernieuwing plaatsvinden via oogsten en nieuwe aanplant. En misschien ook wel wat minder omzichtig dan we nu gewend zijn’, zegt de Wageningse onderzoeker. Hij schat dat met goed beleid de kentering in pakweg 10 tot 15 jaar weer in groei van de carbon sink kan worden omgebogen.

Bron: Plan Bureau voor de Leefomgeving, Alterra, De Volkskrant