Bij overlast van kachelrook sta je machteloos

Bij overlast van kachelrook sta je machteloos’, Eindhovens Dagblad, november 2008

‘Bij overlast van kachelrook sta je machteloos’
Geplaatst op:
18 november 2008
Laatste update:
18 november, 02:46

Adriaan Beenen uit Vessem ondervindt al jaren rookoverlast van zijn buren. Juridisch kan hij hen niets maken. Hij heeft het enigszins opgegeven. ” Ik kan niet anders”, zegt Adriaan Beenen.

Een kort geding is hem afgeraden, want hij kreeg te horen dat hij daarmee toch niet echt een kans maakt. Voor hem op tafel ligt een flinke stapel papier, de verzamelde correspondentie over de rookoverlast door twee huizen in de straat. Hij had daarover contact met die buren, de gemeente en de burgemeester.

De buren van twee huizen verderop stopten anderhalf jaar geleden met stoken. Ze vinden het wel jammer dat ze geen hout meer kunnen stoken. “Wij hebben twee haarden”, aldus deze buurvrouw. “Maar uit respect voor Beenen maken wij die niet meer aan.”

Beenens directe buren, die er sinds 2000 wonen, stopten echter niet. Zij installeerden een grote kachel. Die staat in de winter iedere dag aan, volgens Beenen om de gasrekening te drukken. De rook komt dikwijls bij Beenen in de woning terecht.

“Dan ga je er eerst met hen over praten. Vervolgens heb ik het via de gemeente geprobeerd, maar juridisch gezien heb je geen poot om op te staan. Je staat machteloos. Het is een legaal ongemak.”

Beenen overwoog te verhuizen, maar zijn vrouw vindt dat de overlast die moeite niet waard is. Het NCRV-televisieprogramma ‘De rijdende rechter’ kwam op verzoek van Beenen ook langs. “Die rechter rook een keer in de buurt, zei dat er niets aan de hand was en vertrok weer.”

Beenen weet dat moeilijk te bepalen is hoe erg de overlast precies is. “Dan zou je op meerdere tijdstippen de luchtkwaliteit moeten meten. Dat gaat natuurlijk veel geld kosten.”

Hij en zijn gezin hebben veel last van rook. ” Het is wel verbeterd. De buren stoken nu beter hout en de kachel is opgeknapt, maar nog steeds heb ik last van tranende ogen. ‘s Nachts gaan de ramen dicht, want je wilt niet dat je kinderen in die ongezonde lucht slapen. Het heeft een slecht effect op het humeur.”

Een echte burenruzie wil hij het niet noemen. “Wel vertroebelt het de relatie met je buren. Er is afstandelijkheid. Dat vind ik erg jammer.” Beenen constateert ook dat ‘een hoop mensen zich helemaal niet aan overlast als deze storen’. “Het is net als bij het roken. Vijfentwintig jaar geleden klaagde ook vrijwel niemand over sigarettenlucht. Ik denk dat het nog tien of twintig jaar duurt voordat deze vorm van overlast aan banden wordt gelegd. ”

Zijn naaste buren waren niet bereikbaar voor commentaar.